Advertisement

GLP-1 en verslavingsgedrag: waarom ozempic-gebruikers minder drinken

Patiënten die semaglutide of tirzepatide gebruiken voor gewichtsverlies of diabetes melden een opvallend neveneffect dat niet in de bijsluiter staat: ze hebben minder behoefte aan alcohol, nicotine en soms zelfs compulsief gokken of winkelen. Anekdotische verhalen verschenen de afgelopen jaren massaal in online fora en patiëntengroepen, maar inmiddels worden ze ondersteund door groeiend wetenschappelijk bewijs. Preklinische studies tonen dat GLP-1-receptoragonisten de dopaminesignalering in het beloningscentrum van de hersenen dempen, en klinische data suggereren dat dit effect zich vertaalt naar verminderd verslavingsgedrag bij mensen. Novo Nordisk en andere farmaceutische bedrijven onderzoeken nu actief of GLP-1-medicijnen ook als verslavingsbehandeling kunnen worden ingezet — een indicatie die, als bewezen, het toepassingsgebied van deze medicijnklasse dramatisch zou verbreden.

Hoe beïnvloeden GLP-1-medicijnen het beloningssysteem in de hersenen?

GLP-1-receptoren bevinden zich niet alleen in de alvleesklier en het maagdarmkanaal, maar ook in meerdere hersenregio's die betrokken zijn bij beloning en motivatie. De belangrijkste zijn het ventrale tegmentale gebied (VTA), de nucleus accumbens en de prefrontale cortex — samen vormen ze het mesolimbische dopaminesysteem, het neurale circuit dat verantwoordelijk is voor het ervaren van plezier en het aandrijven van gemotiveerd gedrag.

Wanneer semaglutide de GLP-1-receptoren in het VTA activeert, vermindert het de dopamine-afgifte in de nucleus accumbens als reactie op belonende stimuli — waaronder voedsel, alcohol, nicotine en andere verslavende stoffen. In dierstudies leidde toediening van GLP-1-agonisten tot verminderde alcohol-inname bij ratten die getraind waren om alcohol te prefereren, verminderd cocaïne-zoekgedrag, en lagere nicotine-zelftoediening. De dieren verloren niet hun vermogen om plezier te ervaren (anhedonie), maar de specifieke belonende waarde van de verslavende stof daalde — ze kozen vaker voor water of neutraal voedsel in plaats van alcohol of drugs. Dit onderscheid is cruciaal: een medicijn dat alle vormen van plezier dempt zou onacceptabele levenskwaliteit opleveren, maar een middel dat selectief de overmatige beloningsrespons op verslavende stimuli vermindert terwijl normaal plezier intact blijft, zou een ideaal profiel hebben voor verslavingsbehandeling.

Dit mechanisme overlapt met het effect op eetgedrag dat patiënten beschrijven als de verdwijning van "food noise" — de obsessieve gedachten over eten die verstommen na het starten van GLP-1-medicatie. De neurobiologische basis is dezelfde: verminderde dopaminerge respons op voedselgerelateerde stimuli. Bij verslavende stoffen werkt hetzelfde principe: de belonende ervaring van alcohol of nicotine wordt gedempt, waardoor de drang om te gebruiken afneemt zonder dat het vermogen om andere vormen van plezier te ervaren wordt aangetast.

Welke verslavingen worden beïnvloed?

Alcohol

Het sterkste bewijs bestaat voor de interactie tussen GLP-1-agonisten en alcoholgebruik. Een grote Zweedse registerstudie (2023) analyseerde meer dan 220 000 patiënten en vond dat patiënten die semaglutide gebruikten een 50 % lager risico hadden op alcoholgerelateerde ziekenhuisopnames vergeleken met patiënten op andere diabetesmedicatie. Hoewel dit een observationele studie is (geen gerandomiseerde trial), is de effectgrootte opmerkelijk en consistent met het preklinische bewijs.

Klinische trials specifiek gericht op alcoholverslaving zijn gestart. De HARMONY-studie (fase 2) onderzoekt het effect van semaglutide bij patiënten met een alcoholstoornis, en de eerste resultaten worden verwacht in 2026. Als deze positief zijn, zou semaglutide een potentieel doorbraak-medicijn worden voor alcoholverslaving — een aandoening waarvoor de huidige farmacologische opties (naltrexon, acamprosaat) slechts matige werkzaamheid tonen.

Nicotine

Patiënten die semaglutide gebruiken en roken, melden regelmatig dat hun behoefte aan sigaretten afneemt. In een analyse van elektronische gezondheidsdossiers hadden semaglutide-gebruikers een significant lager percentage roken dan vergelijkbare patiënten op andere medicatie. Dierstudies ondersteunen dit: GLP-1-agonisten verminderen nicotine-zelftoediening bij ratten en verzwakken de geconditioneerde voorkeur voor omgevingen die geassocieerd zijn met nicotine.

Gokken en compulsief gedrag

Anekdotisch bewijs suggereert dat GLP-1-agonisten ook het gedrag van compulsieve gokkers beïnvloeden. Een klein aantal case reports beschrijft patiënten wier gokproblemen verminderden na het starten van semaglutide. Het mechanisme is plausibel: gokverslaving wordt gedreven door dopaminerge beloningscircuits die deels overlappen met die van middelenverslaving. Klinische studies naar dit specifieke effect ontbreken echter nog, en het bewijs berust vooralsnog op individuele patiëntverhalen.

Welke klinische studies lopen er nu?

Het onderzoeksveld beweegt zich snel van observationele data naar gerandomiseerde trials. De belangrijkste lopende studies omvatten:

De HARMONY-studie (University of North Carolina, fase 2) randomiseert patiënten met een gediagnosticeerde alcoholstoornis naar semaglutide 2,4 mg wekelijks of placebo gedurende 24 weken. Primaire uitkomstmaten zijn het aantal zware drinkdagen per maand en het totale alcoholgebruik. De resultaten worden verwacht in 2026 en zullen de eerste gerandomiseerde bevestiging (of weerlegging) leveren van het effect dat in observationele studies is waargenomen.

Parallel lopen studies naar het effect van GLP-1-agonisten op nicotineverslaving. De University of Pennsylvania voert een gerandomiseerde trial uit met semaglutide bij rokers die willen stoppen, waarbij het primaire eindpunt het percentage deelnemers is dat na 12 weken nog steeds abstinent is. De combinatie van GLP-1-therapie met gedragsmatige stopinterventies zou effectiever kunnen zijn dan elk van de benaderingen afzonderlijk, omdat het zowel de fysiologische drang (dopamine) als de gedragspatronen (gewoontevorming) adresseert.

Novo Nordisk zelf heeft interesse getoond in de verslavingsindicatie, hoewel het bedrijf officieel geen klinische studies naar verslaving sponsort. Strategisch is het voor Novo Nordisk aantrekkelijk om te wachten op academische bevestiging voordat het investeert in kostbare registratiestudies — een patroon dat we eerder zagen bij de ontwikkeling van semaglutide voor MASH (leververvetting), waar academische data de weg bereidden voor de fase 3 ESSENCE-studie.

Wat zijn de implicaties en beperkingen?

De mogelijkheid dat één medicijnklasse tegelijkertijd obesitas, diabetes en verslavingen kan behandelen is vanuit een volksgezondheidsperspectief enorm. Obesitas en verslaving delen een neurobiologische basis — dysregulatie van het mesolimbische dopaminesysteem — en een medicijn dat deze gemeenschappelijke factor adresseert, zou een paradigmaverschuiving vertegenwoordigen in de behandeling van beide aandoeningen.

Er zijn echter belangrijke nuances die voorzichtigheid rechtvaardigen:

  • De meeste data zijn observationeel (registerstudies, case reports) en kunnen worden beïnvloed door confounders — patiënten die semaglutide starten maken mogelijk ook andere leefstijlveranderingen die hun alcoholgebruik beïnvloeden
  • Het effect op verslaving is niet universeel: niet alle patiënten ervaren verminderde drang, en de mate van het effect varieert sterk individueel
  • GLP-1-agonisten zijn geen goedgekeurde verslavingsmedicijnen en mogen niet worden voorgeschreven voor deze indicatie buiten klinische studies
  • Het mechanisme van dopaminedemping roept de vraag op of er op lange termijn een risico bestaat op emotionele afvlakking of verminderd ervaringsvermogen, hoewel dit tot nu toe niet systematisch is gerapporteerd
  • Het onderzoek naar GLP-1-agonisten en verslaving staat aan het begin. De komende jaren zullen gerandomiseerde klinische trials de observationele bevindingen moeten bevestigen of weerleggen. Voor een overzicht van alle bekende en onverwachte effecten van GLP-1-medicijnen, inclusief informatie over bijwerkingen en interacties met alcohol, verwijzen wij naar onze gedetailleerde artikelen.