Advertisement

Afvallen en schildklier: hoe schildklierproblemen je gewicht beïnvloeden

De schildklier is een vlindervormige klier in de hals die hormonen produceert die het metabolisme van vrijwel elke cel in het lichaam reguleren. Wanneer de schildklier te weinig hormonen aanmaakt (hypothyreoïdie), daalt het basaal metabolisme — het energieverbruik in rust — waardoor gewichtstoename optreedt die hardnekkig is en moeilijk te keren met dieet alleen. Naar schatting 5–8 % van de volwassen bevolking in Nederland heeft een vorm van hypothyreoïdie, en een aanzienlijk deel daarvan worstelt met overgewicht of obesitas. Tegelijkertijd roept het gebruik van GLP-1-medicijnen voor gewichtsverlies vragen op over schildklier-gerelateerde risico's, met name het theoretische verband met medullair schildkliercarcinoom. Dit artikel ontleedt de relatie tussen schildklier en gewicht vanuit beide richtingen: hoe schildklierproblemen het afvallen bemoeilijken, en wat patiënten moeten weten over schildklierrisico's bij GLP-1-medicatie.

Hoe beïnvloedt hypothyreoïdie je gewicht?

Schildklierhormonen — met name het actieve hormoon T3 (triiodothyronine) — reguleren de snelheid waarmee cellen energie verbranden. Bij hypothyreoïdie daalt de productie van T3 en T4 (thyroxine), waardoor het basaal metabolisme met 10–30 % kan afnemen. Bij een persoon met een normaal basaalmetabolisme van 1600 kcal per dag betekent dit een daling naar 1120–1440 kcal — een verschil van 160–480 kcal per dag dat, als het niet gecompenseerd wordt door verminderde voedselinname, leidt tot geleidelijke gewichtstoename van 3–8 kg per jaar.

Maar de relatie tussen schildklier en gewicht is complexer dan alleen het metabolisme. Hypothyreoïdie veroorzaakt ook vochtretentie (oedeem), die tot 3–5 kg extra gewicht op de weegschaal kan verklaren zonder dat er sprake is van vettoename. Daarnaast vermindert hypothyreoïdie de darmmotiliteit (constipatie), wat het gewicht verder verhoogt door vertraagde passage van voedsel. Vermoeidheid en verminderde motivatie — kenmerkende symptomen van hypothyreoïdie — leiden tot minder fysieke activiteit, waardoor het energieverbruik nog verder daalt.

De meest voorkomende oorzaak van hypothyreoïdie in Nederland is de ziekte van Hashimoto, een auto-immuunaandoening waarbij het immuunsysteem de schildklier aanvalt. De diagnose wordt gesteld op basis van een verhoogd TSH (thyroïd-stimulerend hormoon) en een verlaagd vrij T4 in het bloed. Behandeling met levothyroxine (synthetisch T4) normaliseert de schildklierfunctie bij de meerderheid van de patiënten, maar het gewichtsverlies na het starten van behandeling is vaak teleurstellend: gemiddeld slechts 2–4 kg, deels omdat de gewichtstoename bij hypothyreoïdie niet uitsluitend door een vertraagd metabolisme werd veroorzaakt, maar ook door veranderde eetgewoonten en bewegingspatronen die zich gedurende de periode van onbehandelde hypothyreoïdie hebben ontwikkeld.

Kun je afvallen met GLP-1-medicijnen als je een schildklierprobleem hebt?

Patiënten met gecontroleerde hypothyreoïdie (normaal TSH onder levothyroxine) reageren doorgaans normaal op GLP-1-medicijnen. Semaglutide en tirzepatide zijn in klinische studies onderzocht bij populaties die ook patiënten met gecontroleerde hypothyreoïdie omvatten, en er zijn geen aanwijzingen dat de werkzaamheid verminderd is bij deze groep.

Er zijn echter praktische aandachtspunten voor patiënten die levothyroxine en GLP-1-medicijnen combineren:

  • Levothyroxine moet op een nuchtere maag worden ingenomen, minstens 30 minuten vóór het eerste voedsel of andere medicatie — GLP-1-medicijnen beïnvloeden de maagontlediging, wat de absorptie van levothyroxine kan beïnvloeden
  • Na het starten van een GLP-1-agonist wordt aangeraden om het TSH na 6–8 weken opnieuw te controleren, omdat veranderingen in lichaamsgewicht en maagontlediging de benodigde dosis levothyroxine kunnen beïnvloeden
  • Patiënten met onbehandelde of onvoldoende gecontroleerde hypothyreoïdie zullen waarschijnlijk minder goed reageren op GLP-1-medicatie, omdat het vertraagde basaalmetabolisme het gewichtsverlies tegenwerkt
  • Wanneer moet je je schildklier laten controleren bij overgewicht?

    Niet iedereen met overgewicht heeft een schildklierprobleem — de grote meerderheid heeft een normaal functionerende schildklier en het overgewicht wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische aanleg, voeding, beweging en hormonale factoren buiten de schildklier (zoals insulineresistentie en leptineresistentie). Maar er zijn situaties waarin schildklieronderzoek nadrukkelijk aangewezen is.

    Alarmsignalen die wijzen op hypothyreoïdie als (mede)oorzaak van gewichtsproblemen zijn: uitzonderlijke vermoeidheid die niet verbetert door rust, koude-intolerantie (altijd koud hebben terwijl anderen zich comfortabel voelen), constipatie die niet reageert op vezelrijke voeding, droge huid en haaruitval, concentratieproblemen en een traag gevoel dat patiënten omschrijven als "hersenmist". Als deze symptomen samenvallen met gewichtstoename die niet verklaard wordt door veranderde voeding of beweging, is een TSH-bepaling bij de huisarts de logische eerste stap.

    Hyperthyreoïdie — een overactieve schildklier — kan paradoxaal genoeg ook samengaan met overgewicht, hoewel dit minder bekend is. Bij milde hyperthyreoïdie kan de verhoogde eetlust het verhoogde metabolisme compenseren of zelfs overtreffen, wat leidt tot gewichtsstabiliteit of gewichtstoename in plaats van het verwachte gewichtsverlies. Na behandeling van hyperthyreoïdie (met medicatie of radioactief jodium) komen veel patiënten aanzienlijk bij in gewicht, soms 10–15 kg, omdat het metabolisme normaliseert terwijl de eetgewoonten die tijdens de hypermetabole fase zijn aangeleerd niet onmiddellijk veranderen.

    Subclinische hypothyreoïdie — een toestand waarin het TSH licht verhoogd is maar het vrij T4 nog normaal — is een grijze zone. Het treft naar schatting 4–10 % van de volwassen bevolking en de bijdrage aan gewichtsproblemen is omstreden. Sommige studies suggereren dat behandeling met levothyroxine bij subclinische hypothyreoïdie een bescheiden gewichtsverlies (1–2 kg) oplevert, terwijl andere geen significant effect vinden. De beslissing om te behandelen hangt af van de hoogte van het TSH, de aanwezigheid van symptomen en de klinische context.

    Wat zijn de schildklierrisico's van GLP-1-medicijnen?

    In de bijsluiter van alle GLP-1-receptoragonisten — inclusief semaglutide, tirzepatide en liraglutide — staat een waarschuwing voor medullair schildkliercarcinoom (MTC). Deze waarschuwing is gebaseerd op preklinische studies bij knaagdieren, waarin hoge doseringen GLP-1-agonisten leidden tot C-celproliferatie en schildkliertumoren bij ratten en muizen. GLP-1-receptoren bevinden zich op de C-cellen van de schildklier (de calcitonine-producerende cellen), en langdurige stimulatie van deze receptoren bij knaagdieren leidt tot tumorvorming.

    De relevantie voor mensen is echter beperkt. Menselijke schildklier-C-cellen hebben een veel lagere dichtheid van GLP-1-receptoren dan die van knaagdieren, en reageren veel minder sterk op GLP-1-stimulatie. In de SUSTAIN- en STEP-studieprogramma's (samen meer dan 30 000 patiënten) werd geen verhoogd risico op MTC waargenomen bij patiënten die semaglutide gebruikten. Epidemiologische analyses van grote databases (met miljoenen patiëntjaren aan blootstelling) hebben evenmin een significant verhoogd risico aangetoond.

    Desondanks geldt als voorzorgsmaatregel dat GLP-1-agonisten gecontra-indiceerd zijn bij patiënten met een persoonlijke of familiale voorgeschiedenis van MTC, en bij patiënten met het multipele endocriene neoplasie type 2 (MEN2) syndroom. Patiënten met deze zeldzame aandoeningen moeten GLP-1-medicijnen vermijden.

    Meer informatie over het volledige bijwerkingenprofiel van semaglutide vindt u in ons gedetailleerde overzicht. Voor patiënten die schildklierproblemen en overgewicht combineren, is de boodschap helder: laat eerst de schildklierfunctie optimaliseren, en bespreek daarna met uw arts of GLP-1-medicatie een geschikte aanvulling is op leefstijlinterventie. Een overzicht van alle beschikbare behandelopties vindt u in onze vergelijking van afvalmedicijnen.